|
Aan boord van het vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman, de voormalige HMS Venerable, waren verschillende types vliegtuigen en helikopters van de Marine Luchtvaart Dienst (MLD) operationeel. Er waren vliegtuigen voor de onderzeebootbestrijding en jachtvliegtuigen voor de eigen verdediging en aanvallen op vijandelijke doelen (de aanval is de beste verdediging). Deze twee types vliegtuigen waren verdeeld over twee verschillende vliegtuigsquadrons van de MLD, zodat er altijd een squadron met elk van de twee types vliegtuigen aan boord geëmbarkeerd was.
Aan het eind van deze pagina is er een link naar de bezoekende vliegtuigtypen aan boord van de Doorman.
Overzichtschema embarkeringsperiodes aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman.
|
Type vliegtuig / jaren
|
48
|
49
|
50
|
51
|
52
|
53
|
54
|
55
|
56
|
57
|
58
|
59
|
60
|
61
|
62
|
63
|
64
|
65
|
66
|
67
|
68
|
|
Fairey Firefly
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Sea otter
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hawker Seafury
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Sikorsky S51
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Sikorsky S55
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Grumman Avenger
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Hawker Sea Hawk
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Grumman Tracker
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Sikorsky S58
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In de beginperiode waren dit vanaf juni 1948 de Fairey Firefly FR MK IV en vanaf 1949 ook de Fairey Firefly FR MK V. Deze toestellen waren ingedeeld bij de vliegtuigsquadrons (VSQ) 2 en 4.
Op 6 juli 1948 embarkeerden de eerste 18 Fireflies aan boord van de Doorman voor oefeningen in de Schotse wateren. De beginperiode kenmerkte zich door veel schade en van het personeel werd veel gevraagd. Op 12 juli 1948 bij deklandingsproeven, miste de Firefly K31 alle remkabels en liep flinke schade op. Op 15 november 1949 was er het eerste dodelijke ongeluk. De Firefly K35 crashte in de Moray Firth en hierbij kwam de vlieger LTZV3 M.J. van Wijck om het leven. Op 14 november 1950 maakte de LTZV1 P.J. Leederkerken met een Firefly de 1000ste deklanding. Op 22 november 1950 miste bij de landing de Firefly K83 alle kabels, schoot ook over de barrier heen en werd gestopt door de geparkeerde K31. Beide toestellen liepen hierbij schade op. Op 21 mei 1952 maakte de Firefly F34 de 2000ste landing op de Doorman. De vlieger was SGTV G.Bolk met VLGTLGR1 A. Brouwer en de batsman was LTZV Molenaar. In februari 1954 ging de Firefly K71 verloren. Na juni 1954 waren de Fireflies niet langer operationeel aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman.
Technische gegevens van de Fairey Firefly MK IV
|
Bemanning
|
2 personen, waarvan 1 vlieger
|
|
Lengte
|
11,53 meter
|
|
Spanwijdte
|
12,55 meter
|
|
Opp. vleugels
|
30,66 vierkante meter
|
|
Hoogte
|
4,37 meter
|
|
Leeg gewicht
|
|
|
Beladen gewicht
|
6.000 kilogram
|
|
Max. Taka-off gewicht
|
6.359 kilogram
|
|
Motor
|
Rolls-Royce Griffon V12 vloeistof gekoeld van 1.730 PK
|
|
Max. snelheid
|
618 km/uur op een hoogte van 4.300 meter
|
|
Actieradius
|
1.722 kilometer
|
|
Bewapening
|
4 x 20 mm Hispano-Suiza HS 404 kanonnen, 2 x 450 kg bommen onder de vleugels en 8 paar van 27 kg raketten.
|
|
|
|
|
(foto 0488a) Hier een opname van twee Fireflies met hun 2e registratie P-44 en P-46. De P-44 ex K-44 is in dienst geweest van 24-04-1947 tot en met 01-03-1959 en afgeschreven na een ongeval op MVK Valkenburg. De P-46 ex K-46 is in dienst geweest van 22-08-1947 tot en met 06-02-1959 en afgeschreven na ongeval in zee.
Aan boord van de Doorman verliepen niet alle landingen van de Firefly volgens het boekje. Er was nog geen hoekdek en als er iets mis was moest het vliegtuig worden opgevangen in de barriers. Ook dat was niet altijd een succes. Soms ging het goed mis en was er schade of een toestel ging verloren. Als een vliegtuig onherstelbaar was beschadigd werd het wel overboord gezet. Eerst werden er dan zoveel mogelijk bruikbare onderdelen afgehaald voor hergebruik. Op een afzonderlijke pagina zijn enkele opnamen van crashes ondergebracht. In minstens een zevental gevallen ging een Firefly verloren in zee of na een mislukte deklanding.
- Crash van de Firefly K58 tijdens de landing.
- Crash van een Firefly met brand- en crashploegen aan dek.
- Crash van een Firefly, mogelijk de F6-31.
- Een gecrashte Firefly wordt overboord gezet.
zie voor de foto’s van de crashes de pagina “ontvangen foto’s” - “Fireflies aan boord”
Als jachtvliegtuig was dit in de beginperiode de Hawker Seafury FB MK 51. Deze waren ingedeeld bij de squadrons 3 en 860. Dus ook weer verdeeld over twee verschillende squadrons. Op 15 juli 1950 werd het squadron 860 weer in dienst gesteld en uitgerust met de Seafury. Later werd ook squadron 3 met dit type vliegtuig uitgerust. Op 27 oktober 1950 embarkeerde squadron 860 voor de eerste keer aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman met een achttal Seafuries.
Ook van dit type vliegtuig gingen toestellen verloren of raakten beschadigd. Er zijn foto’s bekent van crashes van o.a. de Seafuries 6-33, 6-38 en 6-40. Op 5 februari 1954 ging de Seafury F37 verloren en op 17 februari 1954 crashte de F31 met de vlieger H.J.E. van der Kop, die wonderwel na eeuwigdurende minuten werd gered. VSQ 3 sloot het Seafury-tijdperk aan boord van Hr.Ms.Karel Doorman af tijdens de laatste reis voor de grote verbouwing in 1955 en waren deze snelle schroefjagers niet langer meer aan boord van het vliegkampschip.
Technische gevens van de Hawker Seafury FB MK 51.
|
Bemanning
|
1 vlieger
|
|
Lengte
|
10,57 meter
|
|
Spanwijdte
|
11,7 meter
|
|
Opp. vleugels
|
26,01 vierkante meter
|
|
Hoogte
|
4.46 meter
|
|
Leeg gewicht
|
4.191 kilogram
|
|
Beladen gewicht
|
5.457 kilogram
|
|
Max. Take-off gewicht
|
5.670 kilogram
|
|
Motor
|
1 Bristol Centaurus 18 cilinder lucht gekoeld van 2.480 PK
|
|
Kruissnelheid
|
445 kilometer/uur
|
|
Max. snelheid
|
740 km/uur op een hoogte van 4.586 meter
|
|
Actieradius
|
1.127 kilometer zonder extra tanks
|
|
Bewapening
|
4 x 20 mm kanonnen, 900 kilogram aan bommen of 12 3 inch raketten
|
|
|
|
|
(foto 0193) Opname van de Seafury F-16, ex J-16 in dienst van 12-05-1950 tot en met 09-05-1956, uit dienst gesteld en verkocht.
Er is een op de Doorman gebruikte Hawker Seafury FB MK 51 veilig gesteld. Een dergelijk toestel met registratienummer 6-43 is opgenomen in het bestand van het Aviodome en in bruikleen ten toon gesteld in het Militaire Luchtvaart Museum te Soesterberg (zie links-adressen). Er is dus nog een Seafury te bezichtigen.
Op een gegeven moment werden de Firefleis vervangen door de Grumman Avergers. De MLD kreeg de beschikking over twee verschillende types, de TBM-3W2 voor waarnemingen en opsporing en de TBM-3S2 voor de aanval. De Avengers werden ingedeeld bij de squadrons 2 en 4. Begin september 1954 werden de Avengers voor het eerst ingezet aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman tijdens de oefening “Morning Mist” en landden op in de Moray Firth. Deze waren ingedeeld bij VSQ 4. Later ging ook VSQ 2 over op de Avengers en dit squadron embarkeerde in januari 1955 voor het eerst aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman. De 5000ste deklanding aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman werd uitgevoerd door LTZV H.J. Uurbanus met een Avenger. Op 27 januari 1959 crasht de Avenger A9 in zee, drie van de vier bemanningsleden worden gered, de kpl vliegtuigtelegrafist J. Muller komt om het leven. Op 29 augustus 1959 crasht de Avenger A21 aan dek en beschadigd tevens de radar. Het toestel van LTZV G.P. Goldberg is total-loss en werd overboord gezet. Op 8 september 1959 crasht de Avenger A34 in zee met een brandende motor. Alle vier inzittenden worden gered uit zee. Ook een Avenger ging verloren doordat deze in de open liftput dook, er bleek niemand in te zitten om de remmen te bedienen. Tijdens de wereldreis in 1960 werden 8 Avengers gebruikt om de Doorman naar de kade te “vliegen” in Fremantle. Dit omdat de havenarbeiders in staking waren gegaan en er geen sleepboot assistentie werd verleend. (zie ook foto’s van de wereldreis via de pagina “ontvangen foto’s”. Op 12 oktober 1960 maakt de Avenger 029 een noodlanding op zee, de SGTV Albers en de overige drie bemanningsleden worden gered.
Technische gegevens van de Grumman Avenger TBM 3S2/3W2.
|
Bemanning 3S2
|
1 vlieger, 1 telegrafist en 1 bommenrichter/mitrailleurschutter
|
|
Bemanning 3W2
|
1 vlieger en 1 waarnemer
|
|
Lengte
|
12,48 meter
|
|
Spanwijdte
|
16,52 meter
|
|
Opp. vleugels
|
|
|
Hoogte
|
4,70 meter
|
|
Leeg gewicht
|
4.783 kilogram
|
|
Beladen gewicht
|
8.115 kilogram
|
|
Max. take-off gewicht
|
17.895 LBS
|
|
Motor
|
Wright R-2600-20 van 1900pk
|
|
Max. snelheid
|
430 kilometer/uur, kruissnelheid 240 km/uur
|
|
Actieradius
|
1800 kilometer
|
|
Bewapening 3S2
|
bommenruim, 2 mitrailleurs 12,7 mm
|
|
(foto 0194) Opname van de Avenger A-8, in dienst van 04-02-1954 tot en met 16-12-1959, hierna gesloopt op de Nederlandse Antillen.
(foto 0195) Opname van Avenger 060, ex P-120, in dienst van 01-10-1953 tot en met 10-01-1961 en daarna gesloopt op MVK De Kooy.
Ook de Seafury werd op een gegeven moment vervangen door een ander jachtvliegtuig en wel door een straaljager. Na de grote verbouwing van de Doorman, die duurde van 1955 tot 1958, kon men gebruik gaan maken van dit snelle jachtvliegtuig. De Doorman had nu een hoekdek, maar ook landingsspiegels, waardoor het landen een stuk veiliger was geworden. Het nieuwe jachtvliegtuig aan boord van de Doorman werd nu de Hawker Seahawk. Op 10 september 1958 werd een eerste proeflanding uitgevoerd met dit type aan boord van de Doorman. Dit gebeurde met een toestel van squadron 700 van Royal Navy. Hierna werd squadron 860 als eerste uitgerust met de Seahawk. Ook squadron 3 werd later uitgerust met dit type vliegtuig.
(foto 0196)
Op 11 oktober 1958 embarkeerde squadron 860 met de Seahawks aan boord van de Doorman. Het eerste toestel wat oplandde werd gevlogen door het hoofd vliegdienst, de KLTZV P. van Waart, gevolgd door een tweede toestel dat werd gevlogen door de commandant van VSQ 860, de LTZV 1e klasse A.H. Hagdorn.
De 6000ste deklanding aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman werd op 15 april 1959 uitgevoerd door LTZV J.C. de Wolff met een Seahawk. Op 30 september 1959 werd deze LTZV J.C. de Wolff met de Seahawk F61 gekatapulteerd. Tijdens deze start brak de breekring te vroeg en was de snelheid tijdens de start te laag en stortte het toestel in zee. Hierbij kwam de vlieger J.C. de Wolff om het leven. Naar aanleiding van deze fatale katapultstart was een gedenkbord aangebracht in de katapultmachinekamer.
Technische gegevens van de Hawker Seahawk FGA-50.
|
Bemanning
|
1 vlieger
|
|
Lengte
|
12,14 meter
|
|
Spanwijdte
|
11,89 meter
|
|
Opp. vleugels
|
|
|
Hoogte
|
2,67 meter met vleugels omhoog 5,11 meter
|
|
Leeg gewicht
|
4.372 kilogram
|
|
Beladen gewicht
|
7.355 kilogram
|
|
Max. take-off gewicht
|
|
|
Straalmotor
|
Rolls Royce Nene 103 met een stuwkracht van 2.450 kilogram
|
|
Max. snelheid
|
958 km/uur
|
|
Actieradius
|
1.191 kilometer, met “droptanks” 2.253 kilomete
|
|
Bewapening
|
4 x 20 mm mitrailleurs, 10 raketten en 2 x 500 pond bommen.
|
|
Na de wereldreis in 1960 kwam het accent geheel te liggen op de onderzeebootbestrijding. Men vond een eigen jachtvliegtuig aan boord niet meer noodzakelijk. De nodige luchtsteun zou geleverd moeten worden door onze NAVO-partners. Aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman werden nu alleen nog de Sikorsky S58, voor onderzeebootopsporing op korte afstand en de Grumman Trackers S-2A, voor opsporing op langere afstand, geëmbarkeerd. Er bleven nu ook nog maar 2 squadrons over, namelijk 4 met de Grumman Tracker en 8 met de Sikorsky S58. Voor die tijd opereerde VSQ 8 met drie Sikorsky’s S55 aan boord als “plane-guard”.
Tijdens mijn periode aan boord betrof dit dus nog maar 2 types, namelijk de Grumman Trackers S-2A en de Sikorsky S58 helikopters. Via het MDAP programma verkreeg de MLD 28 van deze Grumman Trackers met de registratienummers 146 t/m 173. Later werden er nog een aantal gekocht en deze kregen de resitratienummers 180 t/m 196 en werden gestationeerd op het vliegveld Hato op Curacao.
Aan de hand van foto’s waren in ieder geval eens geembarkeerd aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman de navolgende, gemerkt met een *, Grumman Trackers en Sikorsky S58 helikopters.
Grumman Tracker S-2A.
|
Spanwijdte
|
21,24 meter
|
|
Vleugeloppervlakte
|
46,05 vierkante meter
|
|
Spanwijdte ingeklapt
|
8,33 meter
|
|
Lengte
|
12,88 meter
|
|
Hoogte
|
4,96 meter
|
|
Bemanning
|
4
|
|
Motoren
|
2x luchtgekoelde 9 cilinder Curtiss Wright R1820-82 van 1575 pk.
|
|
Kruissnelheid
|
276 km/uur
|
|
Max. snelheid
|
407 km/uur
|
|
Gewicht leeg
|
8.603 kilogram
|
|
Max. gewicht geladen
|
12.170 kilogram
|
|
Actieradius
|
1.480 km
|
|
Plafond
|
6.950 meter
|
|
Bewapening
|
6 Havar 10 cm raketten
|
|
|
2 General Electric MK 44 torpedo’s
|
|
|
of 2 Lulu dieptebommen
|
|
|
of 2 MK 101 convent. dieptebommen
|
|
Verdere uitrusting
|
radar 2x
|
|
|
zoeklicht
|
|
|
sonarboeien
|
|
|
uitschuifbaar detectorsystem voor verstoring van aardmagnetisme (MAD boom)
|
|
|
deklandingshaak
|
|
(foto 0198) Foto webmaster.
|
Nr.
|
In dienst
|
Uit dienst
|
geschiedenis
|
|
146*
|
08-03-60
|
27-07-71
|
Naar Turkse marine
|
|
147*
|
08-03-60
|
15-05-72
|
Naar Turkse marine
|
|
148*
|
07-04-60
|
31-12-71
|
Naar Turkse marine
|
|
149
|
11-04-60
|
27-09-74
|
Verkocht en gesloopt
|
|
150
|
11-04-60
|
11-01-62
|
Na ongeval nabij Katwijk afgeschreven
|
|
151
|
23-04-60
|
07-01-76
|
Omgebouwd tot US-2N
|
|
152
|
23-04-60
|
18-03-63
|
Na ongeval bij Gibraltar afgeschreven
|
|
153*
|
25-05-60
|
04-11-74
|
Terug naar Amerika
|
|
154
|
25-05-60
|
31-08-71
|
Naar Turkse marine
|
|
155
|
25-06-60
|
09-02-74
|
Gesloopt nabij Hato
|
|
156
|
18-08-60
|
09-02-74
|
Gesloopt nabij Hato
|
|
157*
|
25-06-60
|
07-01-76
|
Verkocht en gesloopt
|
|
158*
|
25-06-60
|
23-02-74
|
Gesloopt nabij Hato
|
|
159*
|
25-06-60
|
07-01-76
|
Aviodome Schiphol en hierna naar Lelystad
|
|
160*
|
18-08-60
|
07-01-76
|
Militaire Luchtvaart Museum te Soesterberg
|
|
161
|
18-08-60
|
02-12-74
|
Terug naar Amerika
|
|
162*
|
23-08-60
|
09-02-74
|
Gesloopt nabij Hato
|
|
163*
|
23-08-60
|
13-10-71
|
Naar Turkse marine
|
|
164*
|
23-08-60
|
02-12-74
|
Terug naar Amerika
|
|
165*
|
23-08-60
|
04-11-74
|
Terug naar Amerika
|
|
166
|
21-10-60
|
27-09-74
|
Verkocht en gesloopt
|
|
167*
|
21-10-60
|
27-09-74
|
Verkocht en gesloopt
|
|
168*
|
21-10-60
|
07-01-76
|
Omgebouwd tot US-2N later gesloopt
|
|
169*
|
12-01-61
|
27-09-74
|
Verkocht en gesloopt
|
|
170*
|
15-12-60
|
15-05-71
|
Naar Turkse marine
|
|
171
|
15-12-60
|
27-09-74
|
Verkocht en gesloopt
|
|
172
|
30-03-62
|
21-07-71
|
Naar Turkse marine
|
|
173*
|
30-03-62
|
21-07-71
|
Naar Turkse marine
|
|
182
|
18-09-61
|
01-08-71
|
Gesloopt
|
|
Electronische apparatuur Stoef:
Communicatie:
Intercom: voor onderling contact bemanning;
UHF (Ultrahigh frequency): zender/ontvanger voor de korte afstand (zogenaamde kimzender waarbij de hoogte waarop de zender zich bevindt medebepalend is voor het bereik);
HF: zender/ontvanger voor lange en zeer lange afstand (onder gunstige atmosferische omstandigheden worldwide).
Navigatie:
Radiocompas: ontvanger om radiostations te ontvangen en te peilen. Het radiokompas was t.g.v. atmosferische condities en storingen vrij onnauwkeurig;
TACAN: ontvanger om Tacanbakens te peilen (in die tijd was de Tacan nog een puur militairapparaat waarvan het baken gecodeerde signalen in sectoren uitzond hierdoor kreeg de vlieger een richtingindicatie m.b.t. de sector waarin hij zich t.o.v. het baken bevondt. Tegenwoordig ook door de civiele luchtvaart gebruikt en uitgebreidt met DME (distance measuring equipment) waardoor men in het stuurhuis ook informatie krijgt m.b.t. de afstand tot het baken;
Radarhoogtemeter: (in de volksmond meestal radioaltimeter genaamd, deze benaming was absoluut fout omdat het een gepulseerde miniradar was). Zender/ontvanger om werkelijke hoogte te meten. De in ieder vliegtuig ingebouwde baro-alt (barometrische hoogtemeter) werkt op de luchtdruk buiten het vliegtuig MAAR geeft géén veranderingen in het landschap aan waardoor een vliegtuig zomaar tegen een berg kan vliegen
Opsporingsapparatuur:
Radar: opsporing van oppervlakte doelen tevens gebruikt voor navigatie;
ECM (electronic counter measures = electronische afweer/tegen maatregelen): opsporing, analizering en peiling van radarstations a.d.h. van een ontvangen radarsignaal. Bij de beschrijving van de Stoef noem je het peilinggedeelte van deze apparatuur, de APA 69, een radar. Het moge duidelijk zijn dat dit absoluut fout is, de ECM was een passiefapparaat alleen in staat tot ontvangen van signalen, het grote voordeel hiervan was dat men zich zelf niet bloot geeft, dit in tegenstelling tot een radar die om iets op te sporen moet uitzenden en dus altijd te peilen is waardoor men zijn positie verraadt;
Sono-apparatuur, bestaande uit:
Ontvangers voor de ontvangst van sonoboeisignalen en de daaraangekoppelde meetapparatuur. De ontvangensignalen werden doorgegeven aan deze meetapparatuur om de positie van een sub te bepalen;
MAD: magnetic anomaly detection hiermee werd de verstoring van het aardmagnetische veld t.g.v. een (substantieel) metalenvoorwerp in dat aardmagnetische veld gemeten. De MAD werd gebruikt voor de “exacte” positiebepaling van een sub.
Bijkomende apparatuur:
IFF: (identification friend or foe = identificatie van vriend of vijand). Nadat in W.O. II de radar was ontwikkeld en men op een scherm kon zien dat er “iets” naderde realiseerde men zich dat het ook wel aardig zou zijn om te weten of dat “iets” een vriend of een vijand was en dat men in feite ruim te laat was met een identificatie als de bommen al begonnen te vallen of dat men voor alle zekerheid maar alvast begon te schieten op het naderende voorwerp om er later alsnog achter te komen dat het een van je eigen vliegtuigen was dat je uit de lucht geplukt had. Er werd een apparaat ontwikkeld dat gekoppeld werd aan een radar en nagenoeg gelijktijdig met die radar een gecodeerd zogenaamd “interrogation”signaal (ondervragingsignaal) uitzond. Voor de vliegtuigen werd een apparaat ontwikkeld dat reageerde op zo’n interrogationsignaal door het terugzenden van een ook weer gecodeerd signaal. Op het scherm van de ondervragende radar verscheen dit antwoord direct achter de “blip” van het gepeilde vliegtuig waardoor het herkenbaar was als een “eigen” vliegtuig. Dit scheelde een hele hoop aan door eigen vuur neergehaalde vliegtuigen. In later jaren, met alle electronische ontwikkelingen, zag ook de burgerluchtvaart wel brood in zo’n systeem o.a. door indien het gepeilde vliegtuig op een bepaalde manier wordt ondervraagd in het antwoord het vluchtnummer te laten zien en tevens de vlieghoogte te versleutelen en deze gegevens achter de “blip” op het radarscherm te tonen. Ook dit laatste heeft weer een hele hoop gescheeld aan vliegtuigen die vooral onder slecht zicht omstandigheden niet gebotst zijn doordat ze zich op gelijke vlieghoogte bevonden en elkaar niet konden zien.
Sikorsky S-58.
|
Motor
|
1 luchtgekoelde 9 cilinder Wright R, 1820-84 van 1140 kw
|
|
|
4 rotorbladen
|
|
Diameter bladen
|
17,27 meter
|
|
Lengte
|
14,25 meter
|
|
Hoogte
|
4,36 meter
|
|
Leeg gewicht
|
3.461 kg
|
|
Max. take off gewicht
|
5.895 kg
|
|
Max. snelheid
|
198 km/uur
|
|
Kruissnelheid
|
158 km/uur
|
|
Bemanning
|
4
|
|
Actieradius
|
450 km
|
|
Uitgerust met
|
sonar aan lier
|
|
|
reddingslier
|
|
(foto 0199) Foto webmaster.
|
Nr.
|
In dienst
|
Uit dienst
|
Geschiedenis
|
|
134*
|
26-06-63
|
04-05-71
|
In het Militair Luchtvaart Museum te Soesterberg
|
|
135*
|
26-06-63
|
08-06-70
|
Gesloopt MVK Valkenburg
|
|
136
|
30-03-62
|
17-08-65
|
Afgeschreven
|
|
137*
|
30-03-62
|
03-08-71
|
Retour via het M.A.A.G
|
|
138*
|
04-09-61
|
08-06-70
|
Crash in zee, heli geborgen ** / ***, later retour via het M.A.A.G
|
|
139*
|
04-09-61
|
25-10-61
|
Crash in zee 2 dagen na vertrek Scapa Flow **
|
|
140*
|
04-09-61
|
31-01-63
|
Crash in zee bij Gibraltar, samen met de 145 *
|
|
141*
|
05-01-60
|
22-09-65
|
Crash in zee bij Schotland nav tech.storing **
|
|
142*
|
05-01-60
|
05-04-72
|
Kwam met staartstuk tussen de voorlift en vliegdek **, later retour via het M.A.A.G
|
|
143*
|
05-01-60
|
02-04-68
|
Gesloopt na ongeval
|
|
144*
|
05-01-60
|
08-06-70
|
Retour via het M.A.A.G
|
|
145*
|
05-01-60
|
31-01-63
|
Crash in zee bij Gibraltar, samen met de 140 **
|
|
** zie ook de pagina “gebeurtenissen”.
*** zie ook de fotoserie crash in zee heli 138 in het fotoalbum 3.
Electronische apparatuur S-58:
Communicatie:
Intercom: voor onderling contact bemanning; UHF: zender/ontvanger voor korte afstand (identiek aan Stoef); HF: zender/ontvanger voor lange afstand (identiek aan Stoef).
Navigatie:
Radiocompas: ontvanger om radiostations te peilen (identiek aan Stoef); TACAN: ontvanger om Tacanbakens te peilen (identiek aan Stoef); Radarhoogtemeter: zender/ontvanger om werkelijke hoogte t.o.v. aardoppervlak te meten (identiek aan Stoef). Doppler: installatie om het vliegtuig tijdens “hooveren” precies op zijn plek te houden, zeer belangrijk tijdens sonaroperaties (ter voorkoming dat de kabel van de sonar brak) en “rescue-operaties”. De doppler was daarom ook aan de AP (automatische piloot) gekoppeld.
Opsporingsapparatuur:
Sonar: voor het opsporen van onderzeeërs.
Overige apparatuur:
IFF (identificatie vriend of vijand): apparatuur waardoor men op de radar “eigen” vliegtuigen kan herkennen (identiek aan Stoef).
Deze gegevens ontvangen van Joep Fraats.
Een Grumman Tracker S-2A vliegtuig en een Sikorsky S58 helikopter zijn nog te bewonderen in het Militaire Luchtvaart Museum te Soesterberg. Zie ook de foto-serie van deze toestellen via de ‘vliegdienst (tabel)’.
|