BuiltWithNOF
Reisverslag 3

Reisverslag van Bert Drijfhout over de laatste reis van Hr.Ms. Karel Doorman in 1968 naar de Canarische Eilanden en Gibraltar.

De eerste reis in 1968 (bleek later tevens de laatste), na een stilligperiode waarin vele overplaatsingen plaats vonden, begon op 23 januari. De bedoeling was de schepen eerst een week zoveel mogelijk individueel te laten opwerken om pas daarna voor een langere reis te vertrekken met het verband in zijn geheel.
Hr.Ms. Noord-Brabant vertrok als eerste om 12.00 uur uit de haven van Den Helder met regelmatige tussenpozen gevolgd door Hr.Ms. Limburg, Poolster, De Zeven Proinciën en de Karel Doorman.
Hr.Ms. Karel Doorman nam reeds op de rede van Den Helder het vliegend materieel van vliegsquadron 8 aan boord. De andere schepen voerden individuele oefeningen uit. Hr.Ms. Karel Doorman nam ook de vliegtuigen van vliegsquadron 4 aan boord. Een tijd van intensief oplanden en afvliegen volgde om de vliegers weer de kwaificatie van landen op een vliegkampschip te bezorgen.
Na langere tijd aan de wal doorgebracht te hebben, diende deze proef van bekwaamheid opnieuw te worden afgelegd. Voor de nieuwelingen betekende dit het voor de eerste keer trachten te behalen van deze aantekening. Zowel voor dag- als nachtlandingen moest men afzonderlijk een proef afleggen.
In de loop van 26 januari liep het smaldeel Den Helder binnen. Na een laatste weekende voor het aanvaarden van de winterreis maakte het smaldeel zich gereed om dinsdag 30 januari te vertrekken. Hr.Ms. Karel Doorman, De Zeven Provinciën en Poolster vertrokken tussen 09.30 en 10.30 uur uit Den Helder. Aan boord van het vlaggeschip scheepten zich de commandant de zeemacht in Nederland, vice-admiraal Jhr. W.C.M. de Jonge van Ellemeet, met zijn adjudant in. Zij maakten de vaartocht tot de eerstvolgende haven mee. Buitengaats gekomen werd een aanvang gemaakt met oefeningen volgens het van te voren opgestelde weekprogramma. Dit bestond voor de eerste dag uit schietoefeningen op het schietterrein benoordoosten vande Haaksgronden, uit richtoefeningen op straalvliegtuigen alsmede uit vliegoefeningen voor de ingescheepte vliegtuigsquadrons. Daarnaast vonden de nodige verbindingsoefeningen plaats.
Des avonds stoomden Hr.Ms. De Zeven Provinciën, Poolster, Limburg en Zeeland vooruit naar de oefenebieden in het Portland gebied, terwijl Hr.Ms. Karel Doorman en Noord-Brabant in de Noodzee bleven voor het houden van eigen oefeningen. In de Portland area werden de diverse zeegebieden toegewezen door de Engelse marine autoriteiten ter plaatse.
In de loop van de dag aanvaarde Hr.Ms. Karel Doorman met Noord-Brabant de opmars naar Portland alwaar op 1 februari om 09.30 uur de Nato bevelhebber over het zeegebied van de oostelijke Atlantische Oceaan, de Britse admiraal Sir John Bush, aan boord genomen werd voor een werkbezoek. Betrokken autoriteit bracht tezamen met de commandant der zeemacht in Nederland  achtereenvolgens per helikopter van vliegtuigsquadron 8 bezoeken aan Hr.Ms. Poolster, De Zeven Provinciën en Limburg. Te 16.30 uur werd de Commander in Chief Eastern Atlantic Area per vliegtuig van Hr.Ms.Karel Doorman afgevlogen naar het Engelse militaire vliegveld Yeovilton. Des avonds te 20.00 uur verzamelden alle smaldeeleenheden zich om gezamenlijk de opmars via de Golf van Biskaye in de richting van de Canarische Eilanden aan te vangen.
Op 2 februari werd in de Golf van Biskaye geoefend, terwijl diverse schepen nog olie laadden uit Hr.Ms. Poolster. Des avonds om 19.45 uur splitste het smaldeel zich in twee groepen, een groep met bestemming Funchal en de andere met bestemming Las Palmas. De Las Palmas groep bestond uit Hr.Ms. Karel Doorman, Noord-Brabant en Dolfijn. Hr.Ms. Poolster vormde een groep apart, daar het schip tot en met 5 februari meevoer met Hr.Ms. De Zeven Provinciën, zich daarna voegde bij de Las Palmas groep en tenslotte op 8 februari opstoomde om een routine bezoek te brengen aan Santa Cruz de Tenerife om olie te laden.
Voordat de splitsing in groepen plaats vond, werd de commandant der zeemacht in Nedeland vanaf Hr.Ms. Karel Doorman per helikopter overgebracht naar Hr.Ms. De Zeven Provinciën, aan boord van welk schip het laatste gedeelte van het werkbezoek afgelegd zou worden.
Zaterdag 3 februari werd des ochtends het oefenprogramma afgewerkt. Des midags bestond er gelegenheid om deel te nemen aan vele ontwikkelings, sport- en ontspanningsevenementen, zoals quiz, schaak, dam, bridge en volleybalcompetities. Alhoewel het smaldeel vrij zuidelijk was gekomen (noordkust van Portugal), was de temperatuur van de buitenlucht toch niet zodanig dat men kon genieten van een zonnebad. Zondag 4 februari werd, na de kerkdiensten, op gepaste wijze gevierd, terwijl de uitgeschreven competities verder werden afgewerkt.

(foto 0570) Geheel links de samensteller van het reisveslag in actie

De 53 februari werd ingezet met diverse oefeningen, waaraan nu ook de twee bij het smaldeel ingedeelde oderzeeboten actief deelnamen. Deze boten voegden zich namelijk op deze dag in werkelijkheid bij de ingedeelde groepen. Ook deze dag leverde een reeks van oefeningen op.
De Las Palmas groep tijdelijk versterkt met Hr.Ms. Poolster, werkte verder aan de oefeningen uit het weekprogramma. Deze groep, na vertrek van Hr.Ms. Poolster naar Santa Cruz de Tenerife op 8 februari, arriveerde in Las Palmas op 9 februari. De Las Palmas groep had zich daartoe op 9 februari, voor het aanlopen naar de haven, in kiellinie geformeerd voor het afgeven van een saluut aan de vlag van het koninkrijk Spanje dat correct werd beantwoord.
Daarna werd opgestoomd naar de haveningang alwaar de loodsen aan boord kwamen. Door de krachtige wind achtten de Spaanse havenautoriteiten ter plaatse het niet raadzaam om het vliegkampschip binnen te loodsen. Hr.Ms. Karel Doorman werd daarom verzocht buiten de haven ten anker te komen, terwijl Hr.Ms. Noord-Brabant en Dolfijn wel binnen konden lopen.
Hr.Ms. Noord-Brabant meerde af aan de kade, terwijl Hr.Ms. Dolfijn in de haven en anker kwam. Het niet direct binnen lopen van het vlaggeschip bracht de nodige problemen met zich mee met betrekking tot het afleggen van protocollaire bezoeken door de commandant van het smaldeel, alsmede de te verwachten tegenbezoeken. Dit werd ondervangen door alle bezoeken vanaf en op Hr.Ms. Noord-Brabant te doen plaatsvinden.
Des avonds om 18.10 uur werd toestemming verkregen om het vlaggeschip te laten afmeren aan de kade, hetgeen te 20.00 uur geschiedde. Deze late aankomst veroorzaakte het verschuiven van de officiële ontvangst naar maandag 12 februari. In het programma voor het informele gedeelte van het bezoek - van 9 tot 12 februari - was onder andere opgenomen een ontvangst in de Real Club Nautico de Gran Canaria, alsmede een bezoek aan de Pueblo Canario alwaar volksdansen en liederen ten tonele en gehore werden gebracht. Beide feestelijkheden zijn in goede aarde gevallen, er bestond ruime belangstelling voor.
De officiële bezoeken betroffen militaire en civiele autoriteiten aan de wal waaronder de marinecommandant van het Canarische Eilanden gebied. Voor de opvarenden werden op eigen initiatief bustochten en voetbalwedstrijden georganiseerd. Vele bemanningsleden maakten ruim gebruik van de geboden gelegenheid om de vrije tijd aan het strand, badend in de zon, door te brengen. Een klein deel van de opvarenden trok en zaterdag en zondag met een gehuurde auto’s er op uit om meer van het eiland te zien.
Zaterdag en zondagmiddag waren de bovenwaterschepen opengesteld voor bezoek, waavan door een beperkt aantal bewoners en toeristen dankbaar gebruik werd gemaakt.
Maandagmiddag 12 februari vertrok Hr.Ms. Dolfijn om zich bij de Funchal groep te voegen, aangezien het voor het oefenen van de bemanningen, speciaal op onderzeebootbestrijdingsgebied, zeer gewenst was om maximaal profijt te trekken uit de aanwezigheid van eigen onderzeeboten.
Tevens was er voor deze boot een inspectie door de commandant van de onderzeedienst in het vaarprogramma opgenomen.
Des avonds vond de uitgestelde officiële ontvangst aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman plaats. Voor deze ontvangst waren naast de officiële genodigden ook een aantal vakantiegangers uit Nederland gevraagd. Het was een zeer geanimeerd, geslaagd en druk bezocht feest.
Dinsdag 13 februari werd Hr.Ms. Noord-Brabant verhaald naar de Spaanse marinebasis, aangezien de kaderuimte vrijgemaakt moest worden voor het laden en lossen van koopvaardijschepen. Woesdagmiddag 14 februari werd een voetbalwedstrijd gespeeld tegen een Spaans elftal.
Des avonds arriveerde de bevelhebber der zeestrijdkrachten, vice-admiraal H.M. van den Wall Bake, met zijn adjudant. De admiraal scheepte zich in aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman van waaruit een werkbezoek aan de overige smaldeeleenheden gebracht zou worden.
Na het rendez-vous van alle eenheden op 15 februari werd begonnen met het per helikopter overbrengen van de bevelhebber der zeestrijdkrachten van Hr.Ms. Karel Doorman naar Hr.Ms Poolster. Later op de middag volgde een overzetting naar Hr.Ms. Zeeland, om ten slotte in de vooravond de bevelhebber der zeestrijdkrachten weer op het vlaggeschip terug te brengen.
Tevens werden de oefeningen uit het weekprogramma, ook deze week weer bestaande uit onderzeebootbestrijding, artillerie, vliegtuig, bevoorradings en verbindingsoefeningen, afgewerkt.
Op 16 februari scheepte de commandant van de onderzeedienst in Nederland zich met zijn stafofficieren in op Hr.Ms. Potvis voor een inspectie. Deze vond plaats tijdens en tussen de smaldeeloefeningen door. Na de laatste oefening van de dag stoomden de schepen op naar de ankerplaats ten zuidoosten van Mas Palomas op het eiland Gran Canaria. Hier zou het weekeinde doorgebracht worden.
Er was een uitgebreid ontwikkelings, sport en ontspanningsprogramma opgesteld waarin opgenomen waren volleybal, dekhockey, badminton, schaak, bridge en roeiwedstrijden alsmede een smaldeelquiz. Tevens werd zondag 18 februari gelegenheid gegeven om aan het strand te zwemmen. Voor al deze evenementen bestond, mede geholpen door het goede weer, zeer ruime belangstelling.
Zondagavond reikte de bevelhebber der zeestrijdkrachten aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman de prijzen van de diverse wedstrijden uit aan de prijswinnaars. Na een geslaagd weekeinde ten anker maakte ieder zich gereed om maandag 19 februari een grote gezamenlijke onderzeebootbestrijdingsoefening te houden.
Alle eenheden, inclusief helikopters en vliegtuigen, zouden hieraan deelnemen. In de ochtenduren werden de bevelhebber de zeestrijdkrachten en zijn adjudant eerst overgebracht naar Hr.Ms. De Zeven Provinciën, met welk schip zijn vaartocht zou worden besloten. Na afloop van de zeer leerzame onderzeebootbestrijdingsoefening splitste het smaldeel zich wederom  in twee groepen t.w.  de Las Palmas en de Santa Cruz groep.
De Santa Cruz groep werd ditmaal gevormd door Hr.Ms. Karel Doorman, Poolster, Limburg en Dolfijn. De Santa Cruz groep ging de 20e februari door met de vastgestelde oefeningen. Vooral de vliegtuigen werden veelvuldig ingezet om zoveel mogelijk praktijk op te kunnen doen in het opsporen van onderzeeboten in samenwerking met de bovenwaterschepen. Door weersomstandigheden konden de beraamde nachtvluchten helaas niet altijd doorgang vinden, hetgeen wijzigingen in het programma met zich mee bracht.
Na de oefeningen van de 22e februari zette deze groep koers naar Santa Cruz de Tenerife alwaar zij zich te 08.00 uur in kiellinie formeerde teneinde om 08.45 uur het saluut aan de vlag van het Spaanse Koninkrijk af te geven. Het saluut van Hr.Ms. Karel Doorman werd beantwoord door de walbatterij van het fort Almeida.
Hierna werden de loodsen geëmbarkeerd en stoomde het vlaggeschip als eerste de haven binnen. Na het afmeren volgde Hr.Ms. Poolster, daarna Hr.Ms. Dolfijn die ligplaats koos langszij Hr.Ms. Poolster.
Voor Hr.Ms. Limburg zou mogelijk eerst om 18.00 uur een kadeligplaats vrijkomen. Later op de dag werd door de havenautoriteiten meedegedeeld dat geen ligplaats beschikbaar was. Aanbevolen werd om langszij Hr.Ms Poolster eerst Hr.Ms. Limburg af te meren en daarnaast Hr.Ms. Dolfijn. Hr.Ms. Limburg werd overeenkomstig ingelicht en opdracht gegeven zaterdagochtend binnen te komen.
Na het afmeren van het vlaggeschip bracht de smaldeelcommandant, vergezeld door de consul der Nederlanden in Santa Cruz, protocollaire bezoeken aan militaire en civiele autoriteiten aan de wal. Om 13.00 uur volgde een tegenbezoek van de autoriteiten. Des avonds te 19.00 uur vond een officiële ontvangst aan boord van het vlaggeschip plaats. Hiervoor had de consul der Nederlanden naast verschillende autoriteiten ook de Nederlandse kolonie alsmede Nederlandse vakantiegangers uitgenodigd.
Het was een genoeglijke avond, welke vooral bij de Nederlandse gemeenschap ter plaatse zeer in de smaak viel. Op de overige binnenligdagen moest een uitgebreid sociaal programma worden afgewerkt. Dit programma omvatte, naast de mogelijkheid om de bovenwaterschepen op vrijdag en zaterdagmiddag van 16.00 tot 18.00 uur te bezoeken, diverse lunches, sportevenementen, soupers, bustochten alsmede het vieren van het carnavalsfeest.
Vele onderlinge sportwedstrijden werden er gehouden, vooral om het peil van de eigen deelnemers op te voeren alvorens deel te nemen aan officiële wedstrijden. Twee gebeutenissen dienen nog vermelding: ten eerste het optreden van de boerenkapel van Hr.Ms. Karel Doorman tijdens de carnavalsdagen en ten tweede het, na overleg met de Spaanse autoriteiten, in het bergachtig terrein laten oefenen van de detachementen van het korps mariniers onder leiding van de detachementscommandant van het vlaggeschip. Van deze tweedaagse tocht kwamen de mariniers van alle schepen moe doch enthousiast en een ervaring rijker weer aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman terug.
Donderdag 29 februari vertrok de Karel Doorman groep uit Santa Cruz om het reeds sedert maandag 26 februari buitengaats vertoevende deel van het smaldeel te ontmoeten. Deze laatste groep had drie dagen geoefend in het gebied ten zuiden van Gran Canaria, uiteraard zonder vliegtuigen. Hr.Ms. De Zeven Provinciën had voor het oefenen en beproeven van het personeel en materieel van de geleide wapens gebruik gemaakt van een speciaal vor dit doel ingehuurd vliegtuig.
Op 29 februari omstreeks 12.00 uur was het gehele smaldeel weer bij elkaar gekomen en werd voortgegaan met de vastgstelde oefeningen. Dankbaar werd gebruik gemaakt van de thans weer beschikbare eigen vliegtuigen, die bij het onderzeebootbestrijdingsaspect een zo voorname rol spelen. Afgezien hiervan zijn zij ook heel geschikt om als sleper van een schietschijf voor luchtdoelschietoefeningen te fungeren.
Op 1 maart des avonds laat maakten de twee onderzeeboten zich los van de rest van het verband en stoomden gezamenlijk op naar hun beginpunten voor de oefening van maandag 4 maart.
Zaterdag 2 maart vonden nog enkele eenvoudige schiet en verbindingsoefeningen plaats, terwijl helikopters voor de uitwisseling van de zo belangrijke ontspanningfilms moesten zorgdragen. De zaterdagmiddag en zondag werden in gepaste rust doorgebracht, daar een ieder zich voorbereidde op de 24 uur durende onderzeebootbestrijdingsoefening van maandag 4 maart.
Aan deze oefening ging het olieladen van Hr.Ms. Karel Doorman vanuit Hr.Ms. Poolster, des ochtends te 05.00 uur, vooraf. Om 08.00 uur werd de grote oefening begonnen, waarbij al het beschikbare vliegende materieel voor gebruik gereed werd gehouden en waar nodig ingezet. Gedurende de morgenuren vond tevens olieladen van Hr.Ms. Limburg vanuit Hr.Ms. Poolster plaats, hetgeen een realistisch tintje aan het geheel gaf. Alle deelnemers hebben op enthousiaste en felle wijze geprobeerd het hunne er toe bij te dragen om maxium profijt uit de 24 uren oefening te halen.
Dinsdag 5 maart bestond hoofdzakelijk uit artillerie en verbindingsoefenigen. Des avonds splitste het smaldeel zich weer, ditmaal in vier delen. Hr.Ms. Karel Doorman en Zeeland hadden als bestemming Gibraltar. Hr.Ms. Karel Doorman en Zeeland meerden op 6 maart te 09.20 uur af. Daar het een routine bezoek aan Gibraltar betrof in het kader van planonderhoud vonden geen ontvangsten en officiële bezoeken plaats. De smaldeelcommandant bracht onoffcicieel een bezoek aan de Flag Officer Gibraltar, die daarna een tegenbezoek bracht. In verband met de ongunstige weersverwachting voor maandag 11 maart werd besloten te 10.00 uur te vertrekken in plaats van 14.00 uur.
De individuele opmars naar Den Helder verliep overigens zonder problemen. Op de achtermiddag van de 11e maart waren de bovenwaterschepen wederom bij elkaar om het oefenprogramma, evenals het bezoekschema dat speciaal was opgesteld voor de luchtmachtstafschoolcursisten, te volgen.
Getracht werd om zowel het zeemansvak (overgaan per lijn van schip naar schip) als het vliegwezen (overvoer per helikopter) te tonen bij het bezoeken van de schepen, terwijl tevens de scheepsteams doorgingen met oefenenvolgens plan. Mede geholpen door het mooie, doch frisse weer lukte dit wonderwel.
De overige bovenwaterschepen baanden zich eveneens al oefenend een weg door de Golf ban Biskaye naar de Noordzee. Hierbij werd door de luchtmachtstafschoolcursisten een jager artilleriegevecht tegen een kruiser bijgewoond aan boord van de jagers. Na afloop keerden allen terug aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman.
Het restant van de bovenwaterschepen kwam op 15 maart Den Helder binnen, waarbij Hr.Ms. Karel Doorman, mede tengevolge van het afvliegen van de boordvliegtuigsquadrons 4 en 8 en het tijdstip van hoog water, als laatste te 21.45 uur de haven binnenvoer.
De winterreis 1968 van het smaldeel kwam hiermee ten einde. Teves betekende dit de laatste reis van het onderzeebootbestrijdingshelikopersquadron 8, dat op 29 maart op zou houden te bestaan.

 

Terug naar smaldeelreis.

[Home] [Indeling site] [Welkom aan boord] [Het vliegkampschip] [Ontvangen foto's] [Het vliegbedrijf] [Schepen & Squadrons] [Mijn reizen en  havens] [Indeling schip] [Mijn herinneringen] [Foto-Album 1.] [Foto-Album 2.] [Foto-Album 3.] [Smaldeelreizen] [Reizen 1948 t/m 1952] [Reizen 1954] [Reizen 1955 t/m 1959] [Reizen 1960 t/m 1961] [Reizen 1962] [Reizen 1963] [Reizen 1964 t/m 1965] [Reizen 1967 t/m 1968] [Gebeurtenissen] [Gastenboek] [Kontakt] [Links]