|
Op deze pagina een reisverslag van oefensmaldeel5. Deze reis duurde van 4 februari tot en met 4 april 1952. Dit reisverslag is overgenomen van een handgeschreven verslag door Rinus Verschuren. Vanuit de tekst kan men naar enkele foto-pagina’s met opnamen welke werden gemaakt tijdens deze reis.
Reisverslag oefensmaldeel 5
Van 4 februari 1952 tot en met 4 april 1952.
Smaldeelcommandant de commandeur F.T. Burghard. Commandant vliegkampschip Hr.Ms. Karel Doorman de ktz G. Koudijs. Commandant torpedobootjager Hr.Ms.Banckert de ltz 1 A.W.S. Schouwenaar. Commandant fregat Hr.Ms. Van Zijll de kltz J.A. Bientjes. Commandant fregat Hr.Ms. De Zeeuw de ltz 1 P.J.S. de Jong. Commandant onderzeeboot Hr.Ms.Tijgerhaai ltz 1 R. van Wely. Commandant onderzeeboot Hr.Ms Zwaardvis ltz 1 H.R. Reitsma.
Het vliegkampschip, de beide fregatten en de torpedobootjager vormden taakgroep 05.1 en de beide onderzeeboten vormden taakgroep 05.2. Bij het vertrek uit Rotterdam voerde Hr.Ms. Banckert de vlag van de smaldeelcommandant. De kltz Bientjes was commandant van de 1e divisie fregatten. De oudste commandant van de onderzeeboten was ltz 1 R. van Wely.
Alvorens bij het smaldeel 5 te worden ingedeeld, zou Hr.Ms.Karel Doorman een reis maken naar de West met aan boord, in plaats van de bij dit schip ingedeelde vliegtuigen, een squadron Fireflies van de MLD en grondpersoneel voor dit squadron bestemd voor Curacao. Nabij de Canarische eilanden zou het schip na terugkeer het smaldeel ontmoeten, terwijl de aan boord ingedeelde vliegtuigen van het squadron 4 later van het marine vliegkamp Valkenburg naar Frans Marokko zouden gaan om aldaar aan boord van de Karel Doorman op te vliegen.
Maandag 4 februari 1952 te 11.00 uur werd de vlag van de smaldeeldcommandant gehesen aan boord van Hr.Ms. Banckert, waarna beide fregatten ontmeerden en naar de Noordzee opstoomden voor het houden van oefeningen met enige Harpoon vliegtuigen van het MVKV. De beide onderzeeboten vertrokken te 12.00 uur uit Rotterdam. Te 14.00 uur vertrok Hr.Ms. Banckert. In het Kanaal werd verzameld op punt 50°10’ Noorderbreedte en 30°08’ Westerlengte. De volgende dag werd besteed aan oefeningen. Op de Eerste Wacht ankerde de Banckert in Start Bay. De overige schepen bleven gedurende de nacht buitengaats. Tezamen met de onderzeeboten oefende de Banckert op 6 februari, waarna deze ankerden in Start Bay. De beide fregatten bleven die nacht buitengaats. Donderdag 7 februari werden oefeningen gehouden nabij Start Point. Na een nachtelijke oefening op de Eerste Wacht ging het smaldeel wederom ten anker in Start Bay. Vrijdag 8 februari op de Achter Middag verzamelde het smaldeel nabij Portland, waarna in verband werd binnen gelopen. De beide onderzeeboten meerden langszij het Britse onderzeeboot moederschip HMS Maidstone, de andere schepen meerden op de boeien. Het smaldeel verliet Portland op 11 februari te 10.00 uur. Na oefeningen, waarbij de commandant van de 1e divisie fregatten, was belast met het tactische bevel over de formatie, werd in de loop van de nacht Quersant gepasseerd. Kaap Finisterre werd op de Honde Wacht van 14 februari aangelopen, terwijl het smaldeel gedurende de nacht van 15 op16 februari kaap St. Vincent passeerde. Op de Voor Middag van 17 februari werd een bespreking van de commandanten gehouden aan boord van Hr.Ms. Banckert.
Het smaldeel koerste daarna langs de Marokkaanse kust om de Zuidwest. Gedurende de eerste weken is er intensief geoefend en de smaldeelcommandant constateerde met voldoening een merkbare verbetering in de geoefendheid bij de uitvoering der verschillende manoeuvres. Op de 20e februari sloeg het weer om nabij de Noord-West kust van Marokko. Was het weer gedurende de afgelopen reis over het algemeen gunstig, thans liep er een hoge deining. Donderdag 21 februari maakte de Karel Doorman rendez-vous met de Banckert te 09.20 uur in de positie 32°10’ Noorderbreedte en 14°00’ Westerlengte. Het weer was door een buiige harde wind met regen en door de lange hoge deining ongunstig geworden voor deklandingen. Toen het weer tijdens de AM nog ongunstiger werd kregen de vliegtuigen van VSQ 4 opdracht naar het vliegveld te Casablanca te gaan en pas na vertrek van het smaldeel uit deze haven aan boord van de Karel Doorman te landen. De Karel Doorman en de Banckert zetten met een 16 mijls vaart koers naar Casablanca. Enige schepen hielden oefeningen onder tactisch bevel van de divisiecommandant fregatten.
Vrijdag 22 februari te 07.00 uur verzamelde het smaldeel nabij de haven van Casablanca. Direct na aankomst aan boord van de loodsen stoomde het verband deze haven binnen. De Banckert was afgemeerd om 09.00 uur en het gehele smaldeel ten 11.00 uur. De beide onderzeeboten vertrokken uit Casablanca ten 09.00 uur op 27-2. Ten 10.00 uur volgden de divisie fregatten en de Banckert en ten 11.00 uur ontmeerde de Karel Doorman. Na oefeningen met de Franse marine verzamelde het smaldeel, waarna het gedurende de nacht in formatie met een 8 mijls vaart in de richting van de Straat van Gibraltar stoomde. Na oefeningen ten westen van de Straat van Gibraltar werd op 3 maart om de Oost gestoomd waarna oefeningen werden gehouden langs de kust van Noord-Afrika nabij Oran. Het was volkomen windstil weer, doch tegen het einde van de VM van 5 maart kwam enige wind (ca 10 mijnl/uur), die echter de volgende dag weer ging liggen. Gedurende de AM van 6 maart werd enige hinder ondervonden van plotseling opkomende mistbanken, die tegen het einde van de middag optrokken. Gedurende de nacht verzamelde het smaldeel op de rede van Algiers, om op de DW van 7 maart in kiellinie naar de haven op te stomen. Ten 10.00 uur lag het gehele smaldeel afgemeerd.
Maandag 10 maart vertrokken de onderzeeboten ten 09.00 uur. De fregatten en de Banckert volgden ten 10.00 uur terwijl de Karel Doorman ten 11.00 uur uitvoer. Na oefeningen werd gedurende de nacht in Westelijke richting gestoomd langs de Noord-Afrikaanse kust. Vrijdag 14 maart voer het smaldeel in kiellinie rond de rots van Gibraltar om tegen het eind van de DW de haven van Gibraltar binnen te lopen. Maandag 17 maart ontmeerden de onderzeeboten en fregatten en de Banckert ten 08.00 uur en de Karel Doorman volgde ten 11.00 uur waarna het smaldeel in Westelijke richting door de Straat van Gibraltar stoomde. Na de oefeningen, die doordat het smaldeel geruime tijd moest opstomen om buiten de drukke scheepvaartroutes te geraken eerst op de AM konden beginnen, stoomden de schepen met langzame vaart in cirkelformatie naar de bocht van Cadiz. De volgende dag was het weer ideaal voor vliegoefeningen. Gedurende de nacht koerste het smaldeel om de West. In de nacht van 20 op 21 maart stoomde het smaldeel naar Lissabon. Vrijdagochtend 21 maart te 06.00 uur werd verzameld en in kiellinie naar de monding van de Taag gestoomd, zware mistbanken vertraagden de voortgang op de rivier. De Karel Doorman meerde ten 11.00 uur en ten 12.00 uur was het gehele smaldeel afgemeerd te Lissabon. Vertrek op woensdag 26 maart. Ten 09.00 uur droeg ltz 1 D.J.B. Schouwenaar het bevel over aan M.E. van Grondelle aan boord van Hr.Ms. Banckert. De onderzeeboten ontmeerden ten 08.00 uur. De beide fregatten en de Banckert verlieten ten 10.00 uur de kade terwijl de Karel Doorman ten 11.00 uur vertrok. Donderdag 27 maart was gewijd aan de oefeningn “Well Met” tezamen met de Britse Home Fleet welke tot 29-3 duurde. Op de AM van 27 maart moest de Banckert naar Nederland worden gezonden in verband met een scheur in een huidplaat onder de waterlijn. Uit veiligheid overwegingen zond de smaldeelcommandant Hr.Ms. Van Zijll mede. Ten 17.15 uur maakte het smaldeel rendez-vous met de Britse Home Fleet, bestaande uit HMS Indomitable, Vanquard, Superb, Apollo, Battleaxe, Broadsword en Gabbard. Zij stond onder bevel van admiral Greary.
 |
(foto 2122a) HMS Vanguard van de Britse Home Fleet, afgemeerd aan de pier in Gibraltar voor Hr.Ms. Karel Doorman. Voor de andere schepen van de Home Fleet klik hier.
Gedurende de nacht stoomde het gezamenlijk verband om de Noord langs de Portugese kust. De volgende dagen was het weer slecht, wel konden des ochtends nog vliegoefeningen worden gehouden, maar de wind wakkerde steeds meer aan en het zicht verminderde snel. Op de AM van 28 maart moesten alle verdere oefeningen worden afgelast. Gedurende de nacht stoomden de Nederlandse oorlogsschepen in formatie met de Britse oorlogsschepen in noordelijke richting door de Golf van Biskaje. In verband met het slechte weer en met moeilijkheden, welke Hr.Ms. De Zeeuw met een diesel ondervond, werd op de DW van 29 maart het verband met de Britse vloot verbroken en werden alle oefeningen afgelast. Hr.Ms. Karel Doorman De Zeeuw kwamen op 30 maart ten 07.15 uur ten anker in de baai van Duarnenez.
De beide onderzeeboten volgden ten 10.00 uur. De volgende ochtend ten 05.30 uur vertrokken de Karel Doorman en De Zeeuw terwijl beide onderzeeboten ten 07.30 uur het anker lichtten. Die dag tegen het einde van de VM nam de wind in kracht snel toe. In de nacht van 31 maart op 1 april wakkerde de wind in het Kanaal aan tot een storm die op de HW kracht 10 bereikte. De volgende ochtend echter was de storm voorbij getrokken en tegen de middag waren de weersomstandigheden ideaal voor vliegoefeningen. Ten 15.30 oor wisselde Hr.Ms. Marnix naamsein met het vlaggenschip. Na donker worden stoomde het smaldeel met langzame vaart door Het Kanaal. Op de VM van 2 april ondervonden de oefeningen hinder van sneeuwbuien. Een aantal vliegtuigen vertrok ten 13.00 uur naar het Engelse vliegveld Ringway. Gedurende de daarop volgende nacht bleven de onderzeeboten in Het Kanaal. De bovenwaterschepen passeerden het Nauw van Calais en zetten koers naar de Noordzee. Donderdag 5 april ten 09.00 uur stegen de resterende vliegtuigen op met bestemming Valkenburg. Hr.Ms. De Zeeuw zette koers naar Den Helder alwaar om 18.00 uur werd afgemeerd.
Hr.Ms. Karel Doorman stoomde met langzame vaart naar Hoek van Holland, waar het schip op de PV nabij de boei HK 13 ten anker ging. De onderzeeboten beëindigden op de AM de oefeningen en stoomden op naar Rotterdam. De volgende ochtend ten 04.00 uur lichtte de Karel Doorman het anker. Na ten 05.30 uur de pieren van Hoek van Holland te zijn gepasseerd, meerde het schip ten 08.30 uur op de boeien te Rotterdam. De onderzeeboten arriveerden ten 13.00 uur bij de onderzeedienst te Rotterdam.
Bijzonderheden.
Aan boord van Hr.Ms.Van Zijll, De Zeeuw en de Banckert waren bij vertrek uit Nederland zeventig man grondpersoneel van VSQ 4 van de MLD ingescheept alsmede een grote hoeveelheid bagage en materieel van dit VSQ. Dit personeel en dit materieel gingen later over op de Karel Doorman. Acht vliegtuigen van VSQ 4 vertrokken op een later tijdstip uit Nederland via Perpignan en Gibraltar naar Frans Marokko om later aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman op te vliegen. Bij de overtocht werden deze vliegtuigen begeleid door een Mitchell van de MLD, met daarin extra grondpersoneel voor deze reis. Hoewel het de bedoeling was, dat de acht vliegtuigen van VSQ 4 van het Franse marine vliegveld ‘Aquadis’ aan boord van de Karel Doorman zouden vliegen, bleek dit door het slechte weer niet mogelijk. De vliegtuigen werden naar Casablanca gedirigeerd en kwamen, nadat het smaldeel uit deze haven was vertrokken aan boord. Even na het vertrek uit Casablanca voerde het smaldeel oefeningen uit tezamen met het Franse patrouille vaartuig ‘Voltigeur’ en enkele Franse marine vliegtuigen (1 Wellington en 2 Thunderbolts). Deze oefening werd met zonsondergang beëindigd. Op 4 maart moest een Firefly gebruik maken van de vluchthaven Oran op 60 mijl verwijderd van het smaldeel wegens een technische storing. Later op de dag keerde het vliegtuig weer aan boord van de Karel Doorman terug
Op 6 maart moesten in verband met de weersomstandigheden 5 Fireflies, die zich in de lucht bevonden, naar het vliegveld “Maison Blance’ nabij Algiers worden gedirigeerd.. Twee andere Fireflies waren daar reeds eerder geland voor compenseren van de kompassen en moesten daar eveneens blijven. Op 13 maart werden twee marine vliegtuigen na afloop van de oefeningen naar Gibraltar gedirigeerd daar het landen aan boord van een vliegdekschip met de licht bevestigde manche onder het vliegtuig niet raadzaam werd geacht. Een andere Firefly landde eveneens te Gibraltar wegens moeilijkheden met de trim. Tijdens het zeer korte verblijf in de baai van Duarnenez vertoefde op de VM van 30 maart het Franse patrouille,vaartuig ‘Grenadier’ in de nabijheid. De commandant van deze bodem bracht een bezoek aan de smaldeelcommandant. Tegen het einde van de oefening ‘Well Met’ met de Britse Home Fleet ondervond De Zeeuw moeilijkheden met een diesel. De vaart moest worden terug genomen tot 10 mijl.
Een op 1 april afgevlogen manche vliegtuig werd na afloop van die dag gehouden oefeningen naar Lee-On-Solent gedirigeerd tezamen met een begeleider. Te Lee-On-Solent geraakte de manche-lier onklaar. Gedurende de reis is zeer intensief geoefend.
|