|
Zoals reeds aangegeven is mijn naam Steven Visser, geboren op 18-09-1944 te Sommelsdijk op het eiland Goeree- en Overflakkee. Ik heb mijn jeugd echter doorgebracht in de plaats Nieuwe-Tonge, op ongeveer 5 kilometer afstand van Sommelsdijk en Middelharnis. In Nieuwe-Tonge de lagere school doorlopen en hierna naar de ambachtschool in Middelharnis.
(foto 2933a) Oude ansightkaart van Nieuwe-Tonge.
(meer gegevens Nieuwe-Tonge)
Na mijn opleiding elektrotechniek aan deze school naar de Koninklijke Marine als elektromonteur 3e klas. Zoals eerder aangegeven was Hr.Ms. Karel Doorman mijn enige varende plaatsing tijdens mijn marineloopbaan. Tijdens de korporaalsopleiding in Amsterdam mijn vrouw leren kennen. In december 1967 gehuwd in het gemeentehuis te Middelharnis. In die tijd werd aan boord in de hangar een groots kerstdiner gegeven. Ik was toen echter vrij en met andere dingen bezig. Je kunt tenslotte niet alles hebben.
In 1968 in Den Helder gaan wonen, waar twee van onze drie kinderen zijn geboren. Twee van de drie zijn dus echte “jutters”. De derde werd in Purmerend geboren.
In 1969 in dienst getreden van de Amsterdamse politie, nu de regiopolitie Amsterdam-Amstelland. Onze nieuwe woonplaats werd toen Amsterdam. Voor wat meer speelruimte voor de kinderen onze hoofdstad verruilt voor het toen nog landelijke Purmerend met een echte beestenmarkt.
Bij de politie in Amsterdam dienst gedaan aan het bureau Warmoesstraat in zowel uniform als bij de recherche. Dit bureau kreeg nogal wat bekendheid, mede door de boeken van collega rechercheur Baantjer. Stukje uit een van de boeken van mijn collega Baantjer.
Uit: Rechercheur Baantjsr Bureau Warmoesstraat deel 1 Uitgegeven door de Fontein - Baarn - verschenen 1993.
Griezeltjes
Weet u wat 'pikgriezeltjes' zijn? Troost u, tot voor kort wist ik het ook niet. Maar ze bestaan. Echt. Mijn collega Steven Visser heeft ze uitgevonden. Hij heeft er het patent op. Aan elk politiebureau verschijnen met enige regelmaat meest oude lieden, bij wie op onverklaarbare wijze steeds geld en sieraden uit hun woninkje verdwijnen. Waardevolle spulletjes worden door hen op de meest vreemde plaatsen weggestopt. Bij het klimmen der jaren vervaagt vaak het geheugen. Na enige tijd weet men niet meer waar men ze heeft geborgen. Ze raken zoek en de enig denkbare verklaring is dan diefstal, met als gevolg een zenuwachtige gang naar de recherche. Het is zaak dergelijke aangiften van diefstal ernstig te nemen, omdat er altijd de mogelijkheid bestaat dat de oudjes werkelijk zijn bestolen. Het komt gelukkig weinig voor. Bij een grondige tocht door laden en kastjes komen de verdwenen spullen meest weer boven water. De ervaring leert dat de oudjes na enige tijd toch weer terugkomen met dezelfde klachten. Er is een lief oud dametje, dat minstens tweemaal in de maand bij mij komt. Ze woont op een hofje met een twintigtal andere lieve oude dametjes, die zij echter met argwaan beziet, want bij haar verdwijnen steeds kostbare kleinoden. Hoe? Dat is een raadsel, want de ramen zijn steeds stevig vergrendeld en de deur deugdelijk op slot. Ook binnen heeft ze veel grendels en sloten. Ik weet al jaren dat er bij haar niets wordt gestolen, eenvoudig. omdat er niets weg is. Ze deed eens aangifte van de diefstal van een zilveren broche, die zij op dat zelfde moment op haar zwarte japon droeg. Laatst was ze er weer en sprak over de geniepige roof van haar gouden collier, antiek, want die had nog de hals van haar grootmoeder gesierd. En behalve het collier was ze nog zoveel andere dingen kwijt. Mijn collega Visser, die haar verhaal mede aanhoorde, kwam plotseling tussenbeide. 'Dat doen de pikgriezeltjes,' zei hij. Het dametje keek naar hem op. 'Pikgriezeltjes?' Steven Visser knikte met een strak gezicht. 'Het zijn hele kleine griezelige mannetjes,' legde hij uit. 's Nachts tussen twaalf en twee gaan ze op roof. Geen slot is voor hen veilig. Ze kruipen door naden en kieren en pikken alles wat ze te pakken kunnen krijgen.' 'Echt?' Visser knikte opnieuw. 'Soms hebben ze wel eens berouw en dan brengen ze alles terug. Maar lang niet altijd. Het zijn echt vervelende kleine kereltjes.' Duidelijk tevredengesteld stond ze op en verliet de recherchekamer. Van de week was ze er weer... met een fraai bijouteriedoosje. Ze zette het voorzichtig op mijn bureau. 'Wat moet ik daar mee?' vroeg ik vriendelijk. Ze wees van een afstand naar het doosje. Haar lief gezicht stond ernstig. 'Ik heb ze gevangen.' 'Wie?' 'De pikgriezeltjes. Ik hoop dat u ze nu eens goed onderhanden neemt.'
A.C. Baantjer
Om dienst te doen een zeer interessant bureau op de scheidslijn van twee verschillende werelden. Een van de meest bekende winkelstraten, de Nieuwendijk en het Damrak met het winkelende publiek en aan de andere kant “de wallen”. Een verschil van dag en nacht in meerdere opzichten. Heb daar toch met veel plezier dienstgedaan. Over dit bureau is ook een site met daarop vele door mij gemaakte foto’s van het oude en vernieuwde bureau.
www.bureauwarmoesstraat.nl
Vanaf 1981 dienst gedaan bij de centrale recherche aan het hoofdbureau. Onder andere bij het bureau verdovende middelen, ook wel de narcotica-brigade genoemd. In de jaren bij deze dienst vele internationale onderzoeken gedaan.
(foto 2959) Foto van de webmaster aan het werk op de kamer van bureau verdovende middelen aan het hoofdbureau (voor de interne verbouwing). Er was toen nog geen computer beschikbaar en dus nog gewoon een schrijfmachine en kaartenbakjes. Op de achtergrond het hekwerk voor de ramen van de verhoorkamers.
Inmiddels met functioneel leeftijds ontslag en nu tijd voor onze vier kleinkinderen, waaraan veel plezier valt te beleven.
In een mensenleven ontstaan nogal wat relaties en “links” door onder meer je werk en ontmoetingen. Je vraagt je ook steeds meer af wat zou er van die en die zijn geworden. Niet voor niets zijn er vele sites in trek waar je oud collegae en oude liefdes weer hoopt te ontmoeten.
Ik zal enige “links” en relaties met betrekking tot de marine en Hr.Ms Karel Doorman nader toelichten.
In Nieuwe-Tonge werd geboren op 29-09-1852 Cornelis Jacobus SNIJDERS, de latere generaal en opperbevelhebber van de land- en zeemacht in 1914. In Nieuwe-Tonge is een straat naar hem vernoemd, de Generaal Snijdersstraat. Ook naar hem vernoemd een kazerne en verder een hal van het Militair Luchtvaart Museum te Soesterberg. In een andere hal van dit museum staan opgesteld een aantal vliegtuigtypes welke dienst hebben gedaan aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman. In deze hal wordt ook de film “dit is Hr.Ms. Karel Doorman” vertoont. De Grumman Tracker en de Sikorsky S58 die daar staan opgesteld spelen een rol in deze film, aangezien de nummers op de toestellen in de film voorkomen. (ik weet niet of dat bewust is gedaan of louter op toeval berust dat deze staan opgesteld).
(foto 2176)
Verder werd in Nieuwe-Tonge geboren op 04-09-1900 Cornelis Verolme, die na zijn studie als smid aan de ambachtschool te Middelharnis uitgroeide tot oprichter van de scheepswerf Verolme, waar ook onze Hr.Ms. Karel Doorman voor onderhoud en reparatie verbleef.
(foto 2065) De kerk met daar omheen de huizen aan de kerkring in Nieuwe-Tonge. Alles staat onder water en op de daken ligt nog sneeuw.
Als jongen van 8 heb ik de watersnoodramp van 1 februari 1953 meegemaakt. Ons hele gezin heeft zich kunnen redden en we werden ondergebracht bij de kruidenier (nu supermarkt) van het dorp. Deze was gelegen aan de dijk en dus hoger. In deze winkel zaten we op etage en zolder daarboven, omdat in de winkel het water ook nog ongeveer 1 meter hoog heeft gestaan. Daar waren later ook marinemensen en andere hulpverleners ondergebracht. Omdat mijn moeder invalide was kon zij niet in het ruim van een binnenvaartschip worden geëvacueerd.
(foto 0704) Rechts op de foto een Bell H-13 Sioux helikopter. Verder op deze foto nog twee Sikorsky S-51 helikopters. Deze foto is bijna zeker genomen even buiten Sommelsdijk (mijn geboorteplaats) op de dijk naar Dirksland.
Ik ben toen met mijn ouders en een zus per helikopter overgebracht van Nieuwe-Tonge richting Hellevoetsluis en ondergebracht in Oostvoorne. Het was een heli met aan de buitenkant twee brancards waarop mijn vader en moeder lagen. Ik zat met mijn zus in de koepel en zodoende konden wij de watermassa, met hier en daar het dak van een boerderij, vanuit de lucht overzien. Ik heb achteraf geen idee welk type helikopter het is geweest. Ook de eerste helikopter van onze marine heeft zich verdienstelijk gemaakt bij diverse reddingen, o.a. in Oude-Tonge. Achteraf blijkt het type helikopter waarmee ik werd geevacueerd een Bell H-13 Sioux. Verschillende van dit type helikopter werden ingezet bij redding en evacuatie, verder nog meerdere helikopters van verschillende types, in totaal ongeveer 38 helikopters.
(foto 2066) Gehuwd in het stadhuis van Middelharnis, later werd dit het het Rien Poortvliet museum.
(foto 2067) Het voormalig stadhuis van Middelharnis.
We zijn gehuwd in het stadhuis van Middelharnis, welk gebouw nu het Rien Poortvliet museum is. Deze Rien Poortvliet was in het verleden ook een opvarende van Hr.Ms. Karel Doorman en in het boek “De Dikke Boot” van Arie Hoog zijn ook enkele van zijn toenmalige pennevruchten opgenomen. Hij heeft ook nog voor het tijdschrift “Alle Hens” getekend. De voorouders van Rien Poortvliet kwamen uit Dirksland. Het museum werd in 1992 door Z.K.H. Prins Bernhard geopend. Geen onbekende hoge gast aan boord van Hr.Ms. Karel Doorman.
(foto 2069)
(docu 0161)
Tekst bij de schetsen van Rien Poortvliet.
Als we geen wacht hadden, keken we soms op het vliegdek. Dat landen ging niet altijd feilloos. Met een haak moest het vliegtuig een van de remkabels pakken En als dat niet lukte moest ie als een haas optrekken, Dat ging niet altijd en het is eens gebeurd dat ie vlak voor de boeg in zee stortte. Het schip rammelde er in zijn volle lengte overheen, je kon het bonken horen en laten de mensen nou heelhuids aan boord komen. (crash van ltzv H.J.E van der Kop) In die maanden dat ik op de Doorman zat hebben we paar maal noodweer gehad, met een paar flinke stormen. Als invaller organist speelde ik dan: “ O Heer, verhoor toch onze bee voor hen die zijn in nood op zee”, voor de kerkdienst begon. Maar even zo vrolijk werd het kerkvolk nogal eens op een hoop gesmakt. Zo ging dat toen we in dienst kwamen: “Rooms Katholieken uitreden !, de rest is Protestant”. Eten tijdens storm was ook spannend, zo’n grote bakstafel in je buik komt flink an en dan nog hete snert op schoot toe. Maar ja, dat wil natuurlijk wel glijden ijzeren poten op een op een ijzeren dek. We aten iedere week snert, vaste prik.
Er blijkt nu ook nog een marine schip te zijn geweest met de naam Sommelsdijk, dus mijn geboorteplaats. Hieronder gegevens en foto’s van deze Hr.Ms. Sommelsdijk
(foto 2759) Deel uit namenlijst schepen van de Koninklijke Marine. In het jaar 1882 werd een schip te water gelaten met de naam Hr.Ms. Sommelsdijk. Uit Adelborsten jaarboek 1890. Deel van deze lijst via Dutchfleet.
(foto 2760) Oude ansight met daarop links Hr.Ms. Sommelsdijk. Hieronder nogmaals een opname op dezelfde plaats maar vanaf de andere kant genomen. Deze foto uit het “Archief D.Jorritsma-Leeuwarden”
(foto 2761) Nogmaals oude ansight met als tweede Hr.Ms. Sommelsdijk te Den Helder. Hierop is Hr.Ms. Sommelsdijk inmiddels een opleidingsschip (1884-1912). Deze foto zou ook uit 1912 zijn. Foto van Marinemuseum te Den Helder.
Bij de politie was er het schoonvegen van de Dam, vallend onder het bureau Warmoesstraat, door marinemensen. Vele marinemensen die een opleiding hebben gevolgd aan de TOKM, kennen het gebied van de “wallen” en omstreken van het stappen. Als politieman aan de Warmoesstraat surveilleerde ik door de buurt en langs bars, waar ik destijds met de maten menig “gouden rakker” nuttigde. De vele internationale onderzoeken bij de centrale recherche brachten mij wederom in plaatsen, welke ik door de reizen met Hr.Ms. Karel Doorman reeds had leren kennen, zoals Londen, Kopenhagen, Lissabon en Barcelona.
De reis naar Lissabon in 1983 was een internationale conferentie en de deelnemers werd toen een lunch aangeboden in een restaurant van de marinha “Messe de Cascais” in de kustplaats Cascais.
Het afgeven van een schot voor de boeg van de kotter “Lammie” HD160, met een lading hashish aan boord, op de Noordzee door het marine fregat Hr.Ms. Wolf met als commandant Kernkamp, de voormalige vliegdekofficier van Hr.Ms. Karel Doorman. Ondanks dit schot voor de boeg en het gericht afvuren van een traangasgranaat in het stuurhuis van de Lammie, gaf de driekoppige bemanning zich nog niet gewonnen. Ze draaien de buitenboordkleppen open en laten het schip vol zeewater lopen. De bemanning stapt hierna over in een rubberboot en proberen zo de kust van Noord-Holland te bereiken. De hashish was bestemd voor de bekende criminelen “Frits van de Wereld” en Klaas Bruinsma. Deze “Frits van de wereld”, genaamd Simon Adriaanse woonde op de Zeedijk, vallend onder het bureau Warmoesstraat. Bij het bureau verdovende middelen een onderzoek gedaan waarbij de latere lijfwacht ( bekent van de TV middels Peter R. de Vries) van Klaas Bruinsma, door mij enkele malen werd verhoord.
|